Absoluut de moeite waard om entree te betalen. Je voelt de spanning in de gangen. Niet stilte van rust, maar van mensen die zich inhouden.
De foto's van de renovatie binnen zijn erg informatief. De sfeer binnen is nu rustig, ruim en ontspannend. De geschiedenis is dat niet.
Bezoek hierna ook zéker de ruïnes om de hoek!
GESCHIEDENIS
De Clarissen waren formeel een arme orde — de Heilige Clara had armoede als fundament. Maar in de praktijk, zeker in koloniaal Latijns-Amerika, werkte het andersom. Om toe te treden betaalden ouders een bruidsschat aan het klooster. Dat liep op tot duizenden pesos — een bedrag dat alleen families van de koloniale elite konden opbrengen. Je kocht je letterlijk een plek bij God.
Afkomst
Je moest van “zuiver bloed” zijn. Een Spaans-koloniaal concept: geen Indiaanse, Afrikaanse of Joodse voorouders, te bewijzen met documenten.
Twee klassen
En dan was er nog een subtiel maar hard onderscheid:
- Koorzusters — de volwaardige nonnen. Die zongen, droegen het witte habijt, hadden een eigen cel, namen deel aan het Kapittel. De vrouwen met de bruidsschat.
- Lekenzusters — dienstnonnen. Zwart habijt. Ze kookten, maakten schoon, deden het zware werk. Soms waren dit vrouwen zonder middelen, soms vrouwen van gemengde afkomst die via de achterdeur toch een plek hadden gekregen. Ze bidden minder, werkten meer, en hadden minder rechten binnen de gemeenschap.
En dan nog
Sommige families stuurden dochters niet uit roeping, maar uit pragmatisme. Een bruidsschat voor een man was duurder dan een kloosterdote. Een dochter die niet uitgehuwelijkt kon worden — te weinig geld, te weinig status, of simpelweg te veel dochters — ging naar het klooster, of ze wilden of niet.
Soms waren ze 12, 13 jaar.
Dus: in theorie een roeping. In praktijk een institutie voor de koloniale bovenklasse, inclusief segregatie.
Een dag in het klooster
2:00 METTEN
De bel. De 1e dienst van de dag. Je staat op in het donker, trekt je habijt aan, loopt de koude gang door naar het bovenkoor. Kaarslicht. Gezang. terug naar bed.
5:30 LAUDEN
De bel. Koor.
7:00 DE MIST
Beneden de priester en het normale volk. Jij zit erboven, achter een rooster. Ziet niemand, zingt mee.
8:00 ETEN EN WERK
De “Sala de labores” (bordje op de muur) is een van de kamers aan de rondgang. Hier brengen de zusters de ochtend door. Afhankelijk van je positie:
• Naaien / borduren — liturgisch textiel, gewaden voor de kerk, sluiers. urenlang.
• Koken en verkopen — veel zoetigheid. Clarissen in Latijns-Amerika verkochten dit via een torno — een draaibare houten cilinder in de muur, waardoor ze niet gezien werden.
• Les — sommige kloosters hadden een interne school voor jonge meisjes van adellijke families. Geen volwassen mannen, maar kleine meisjes kwamen wél binnen.
• Schrijven — religieuze teksten, brieven namens de gemeenschap kopiëren.
• tuin — kruiden, groenten, bloemen voor het altaar. Fysiek, maar geliefd om de stilte en de ruimte.
12:00 — SEXTA, ETEN
Samen in stilte, of één zuster leest voor uit een religieuze tekst. Geen gesprek. Je eet wat de keuken heeft gemaakt — sobere kost, vaker wel dan niet zonder vlees.
Tenzij het een feestdag was. Dan: chocolade, misschien fruit, iets bijzonders uit de kloosterkeuken.
13:00-15:00 RECREATIE
Het enige moment waarop je mocht praten, in de tuin of de rondgang. Het gevaarlijkste uur: roddel, ruzie, te hechte vriendschappen, alles wat de biecht later vulde en straf opleverde. Sommigen speelden muziek.
15:00 NONE EN VESPERS
Koor. Twee gebedsdiensten, kort na elkaar. De dag begint te dalen.
17:00 WERK / STUDIE
Stiller. Persoonlijk gebed, lectuur, nog wat handwerk bij kaarslicht.
19:00 ETEN
Sober. Snel.
20:00 COMPLETEN
De laatste gebedsdienst van de dag. Daarna: het Grote Stilzwijgen. Tot 2:00, geen uitzonderingen.
CONTACT
Ze deelden een refter, een koor, een tuin, werk. Maar echt contact was schaars en er was geroddel. Reden voor (publieke) biecht (van andermans fouten), maar ook van directe schuld (roddel is verboden).
read moreread less